Niet-denken

Wanneer ik vanochtend achter mijn laptop schuif om dit stukje voor het blog te schrijven, weet ik nog niet wat ik ga schrijven. Maar als ik iets heb geleerd over schrijven dan is het dat ik er vooral niet te hard over moet gaan nadenken.

Voordat ik met dit blog begon deed ik al maandenlang elke ochtend, na mijn zitmeditatie, een schrijfsessie. Het was een tip in een boekje over schrijven en schrijvers. Een grote valkuil bij schrijven is dat je gaat zitten wachten op inspiratie, stond er in het boekje. Dat herkende ik. Maar inspiratie vormt maar een deel van het schrijfproces; schrijven moet ook een routine worden. En een routine ontwikkel je door iets gewoon langere tijd achter elkaar elke dag te doen. Je moet het oefenen, net als het spelen van gitaar, tennis of mediteren. Ook dat herkende ik allemaal.

Omdat ik graag wilde schrijven was het niet zo moeilijk om de tip op te volgen. Ik zette me elke ochtend achter de secretaire die al jaren in mijn kamer stond, vrijwel ongebruikt. Dat was ook een tip: zoek een goede schrijfplek. Die stond dus al klaar.

Ik besloot ook om gewoon met pen en papier te gaan schrijven. De ouderwetse fysieke handeling van een pen die over het papier beweegt geeft een heel ander gevoel dan typen op een toetsenbord. Het zet iets anders in beweging in me. Dat had ik, om te leren schrijven als routine, kennelijk weer nodig.

Net als vanochtend wist ik dikwijls niet wat ik zou gaan schrijven als ik achter mijn bureautje ging zitten. Maar de routine vroeg om te gaan schrijven. Nadenken hielp niet, dan kwam er alleen maar iets gekunstelds uit, of niets. Dus leerde ik om mijn pen op papier te zetten en te beginnen. Desnoods met de zin ‘ik weet niet wat ik ga schrijven’. En wonderlijk genoeg begon er dan vanzelf iets los te komen. Alsof de fysieke beweging van de pen op papier ook het mentale proces van schrijven op gang bracht. En vaak verraste ik mezelf met wat er dan allemaal uit die pen rolde.

Ook dat verschijnsel herkende ik eigenlijk wel, uit andere situaties. Niet nadenken over wat ik vandaag als eerste ga doen, maar gewoon dat gaan doen wat zich als eerste blijkt aan te dienen – want meestal plopt er vanzelf wel iets naar boven. Niet van te voren diep nadenken over een moeilijk gesprek, maar er open in gaan en kijken hoe het loopt. Varen op intuïtie dus, in plaats van koersen op controle. Het niet allemaal van te voren al hoeven weten, maar vertrouwen op wat in feite een dieper weten is. Want het zit er allemaal wel, en als het niet gehinderd wordt door al te veel nadenken dan komt het vanzelf naar boven als je het nodig hebt.

Dat het zo werkt moest ik herontdekken voor het schrijven. Daar hielpen die dagelijkse schrijfsessies bij. Allemaal geen hogere wiskunde. Maar doe het maar eens. Want dat denken werpt toch maar al te vaak van alles aan barrières op.

Al doende begon ik ook steeds meer te zien dat ik, als het om eenvoud gaat, daar niet zozeer over hoef na te denken en te schrijven; maar dat het misschien wel veel meer gaat om vanuit eenvoud te schrijven. Want dan toont het zich. Zoals vandaag, met dit stukje.

Rondje

Sinds enige tijd loop ik bijna dagelijks een rondje in de natuur. Elke keer hetzelfde rondje. Vanochtend liep ik er weer en dacht ik terug aan de tijd dat ik kennismanagement studeerde. Eigenlijk een rare naam voor dat vak, want kennis kun je niet managen. Het gaat er vooral om hoe je mensen kunt stimuleren om zowel continu te blijven leren in hun vak; èn hun kennis, ervaring en inzichten te delen met de mensen met wie ze samenwerken. Van kennis is macht naar kennis delen is kracht, zeiden we dan.

Eén van de dingen die ik leerde in die tijd was dat je routine-professionals hebt, en innovatie-professionals. Routine-professionals zijn vakmensen die graag hetzelfde werk doen, dezelfde procedures en processen volgen. Innovatie-professionals zijn vakmensen die graag telkens iets nieuws doen, op nieuwe manieren. Beide typen vaklui blijven leren, maar op verschillende manieren. Als routine-professional specialiseer je je steeds meer in je vak, doordat je je kennis, ervaring en inzicht verdiept omdat je steeds hetzelfde doet. Als innovatie-professional blijf je leren door te verbreden, omdat je je telkens in iets nieuws verdiept.

Het ene is niet beter dan het andere. Een levensvatbare organisatie heeft beiden nodig: de routine-professionals voor de stabiliteit en kwaliteit, de innovatie-professionals om mee te blijven bewegen met wat er in de omgeving gebeurt. Het balanceren tussen die twee is geen eenvoudige opgave voor de leiding, maar wel een noodzakelijke.

Ik herkende mezelf toen als een duidelijke innovatie-professional. Langer dan zo’n anderhalf jaar hetzelfde doen maakte het werk voor mij eentonig. Door telkens iets nieuws te gaan doen leerde ik heel goed hoe je op onontgonnen terrein je weg kunt vinden en resultaten kunt boeken. Dat werd mijn specialisatie. Al doende vond ik mezelf ook steeds opnieuw uit. Daar floreerde ik bij.

Zo rond mijn 50e vond ik mezelf op een dusdanige manier opnieuw uit dat ik de kwaliteiten van een routine-professional moest gaan ontwikkelen. Ik werd zenleraar en leidde een meditatiecentrum. Elk halfjaar deed zich hetzelfde voor: nieuwe cursussen opstarten, nieuwe mensen leren mediteren. Jaar in, jaar uit. De mensen die bleven wilden begeleiding en inspiratie in hun meditatieproces; ook daarin bleken herkenbare, terugkerende patronen te zitten.

Het betekende een grote verandering voor me, zeker toen ik het voltijds ging doen, en mijn innovatie-voorkeur geen uitweg meer vond in mijn werk als interim-manager. Het schuurde flink. Vooral dankzij het lesgeven, dat ik heel graag deed, begon ik iets interessants te zien. Het léék wel telkens hetzelfde, maar het was het eigenlijk helemaal niet. Iedere nieuwe groep was anders, en daarmee de lessen ook. Iedere keer als er nieuwe mensen bij kwamen in een bestaande groep, werd het een nieuwe groep en was het weer anders. Ik begon te zien dat er voor routine helemaal geen plaats was – als ik te veel op routine vertrouwde ging het mis. Ik had juist mijn kwaliteiten als innovatie-professional heel erg nodig: ook als leraar moest ik mezelf telkens weer opnieuw uitvinden.

Dat ging vanochtend allemaal door mijn hoofd tijdens mijn wandelrondje. Ik wandel heel graag, maar deed dat sinds ik hier was komen wonen weinig meer. Waarom? Er zijn, vanuit huis, niet zoveel rondjes in de natuur om te lopen, die ook qua tijd nog goed in te passen zijn in een werkdag. Eigenlijk maar één. En ik hield er niet zo van om telkens hetzelfde rondje te lopen. Te eentonig.

Totdat ik me, een tijdje geleden, realiseerde dat voor dat rondje wandelen hetzelfde kon gelden als voor mijn werk als leraar. Het lijkt wel hetzelfde rondje, maar is dat eigenlijk wel zo? Geen dag is hetzelfde, waarom dat dagelijkse rondje dan wel? Bovendien ging het om het wandelen, in de natuur, en niet om iets nieuws te ontdekken. Zou ik mijn ideeën erover niet eens laten varen en het eenvoudigweg gaan doen?

Sinds die dag loop ik dagelijks dat zelfde rondje, en het is inderdaad geen dag hetzelfde. Het weer wisselt, ik voel me nooit hetzelfde. In de bermen sterft het fluitekruid af en bloeit het duizendblad op. Soms zijn er andere wandelaars en soms niet. Dan zie ik zwaluwen, dan hoor ik een specht. Als ik goed kijk en luister, is het elke dag, elke stap zelfs, weer nieuw. Het is die aandacht die mijn dagelijkse wandeling van routine tot een fijn ritueel maakt. En dat eenvoudige rondje een grote schoonheid geeft.

Voor Hedwig

Vandaag heb ik de hele dag getuinierd. Tuinieren is goed zorgen voor. Voor de tuin, voor mezelf. Het is actief, beweging, kalm. Tussen het groen en de bloemen met mijn handen in de grond, onkruid wieden, weghalen wat teveel is geworden, een lege plek opvullen met iets nieuws. Het vraagt aandacht, maar ik hoef er niet over na te denken. Dat doe ik sowieso niet zo erg als ik aan het tuinieren ben. Daarom is het zo rustig.

Ik ben alleen, en toch niet. Mijn huisgenoten heb ik eerder op de ochtend uitgezwaaid, ze zijn op fietsvakantie. Mijn buurvrouw is in haar tuin bezig. Samen tuinieren, ieder op onze eigen stek. Er is veel te doen; het steunt als je niet alleen bezig bent, vinden we allebei.

Vandaag is ook Hedwig bij me. Hoe vaak zou zij niet zo bezig zijn geweest in haar mooie tuin, die grensde aan een natuurgebied. Ze hield erg van tuinen. Van bezig zijn. Van lopen. Ze was bescheiden. En heel zorgzaam. Voor haar tuin, voor anderen. Voor haar man. Ik heb me wel eens afgevraagd of ze ook zorgzaam genoeg was voor zichzelf. Maar als ik kijk naar wat ze deed, welke keuzes ze maakte, dan denk ik dat ze daarin ook voor zichzelf zorgde. Want ze hield van tuinieren, van lopen, van mensen, van zorgen. En ze was trouw aan wat ze deed.

Hedwig is bij me in beelden vandaag, meer dan in gedachten. Ik zie haar weer zitten, in de workshop zenmeditatie die ze bij me volgde, jaren geleden, in Oisterwijk nog. En ze bleef, het mediteren trouw. Na de lange, verre reizen die ze regelmatig maakte met haar man, kwam ze terug, met verhalen en foto’s waar ze ons in meenam, bril omhoog om het beter te kunnen zien. Zat ze er weer op haar kussentje, alsof ze niet weg was geweest.

Ook nu voelt het alsof ze niet weg is. Maar ze komt toch echt niet meer terug. Ze werd ernstig ziek en niet meer beter. Het ging ook heel snel. Het voelt vervreemdend als iemand er ineens niet meer is. Verdrietig, weemoedig. Een beetje leeg. Om wat nooit meer zal zijn.

Tuinieren verzacht, ook omdat ik daarin Hedwig weer tegenkom. Een paar bescheiden bloemetjes zijn voor haar. Met een kaars en een wierookje. Dag Hedwig.

Structuur en eenvoud

Grashalmen kleuren

de weide-grond tot leven

buigend in de wind.

Af en toe zet ik hier ook een haiku neer. Zo’n kort japans gedichtje van drie regels, met 5 – 7 – 5 lettergrepen. Eigenlijk moet het aan nog veel meer regels voldoen. Het mag niet rijmen bijvoorbeeld, het moet de realiteit zo neutraal mogelijk weerspiegelen, er moet iets van de natuur in zitten, en van het seizoen. En liefst een verrassende wending in de laatste regel. Tegelijkertijd drukt het ook een diep doorleefde ervaring van de dichter uit, tijdloos, onbegrensd. Dat is nogal wat. Misschien is het makkelijker in japanse karakters. Het is in elk geval een kunst een goede haiku te schrijven; een ware haiku toont dan ook de schoonheid van de eenvoud. Mij lukt het maar een enkele keer om er een te schrijven die echt spontaan, krachtig, uit mijn pen vloeit.

Wat leuk is aan haiku schrijven is dat de structuur dwingt tot eenvoud. Het is ‘mager schrijven’, zonder verfraaiingen, zorgvuldig je woorden kiezen. Het is alle overtolligheid afpellen, terug naar de kale essentie. Een samenballen van energie, die in zeventien lettergrepen tot uitbarsting komt.

Het is een interessante ervaring, die structuur die dwingt, beperkt, uitdaagt; en die juist dán, door alle ingewikkeldheid heen, de eenvoud tevoorschijn tovert. Ik merkte het ook toen ik deze website met blog ging opzetten. Nog nooit eerder gedaan, wat hulp van mijn zus en maar gaan uitproberen. De techniek is tegenwoordig zo ontwikkeld dat zelfs een leek als ik zelf zo iets in elkaar kan knutselen. Er is van alles aan bouwstenen ‘voorgekookt’, je hoeft alleen maar te kiezen wat je hebben wilt. Nou ja, zo ongeveer, en er is erg veel keus.

Als beginner koos ik voor een redelijk simpel ogend sjabloon. Heb je eenmaal gekozen, dan zit je in een structuur die voorschrijft hoe het er verder uit gaat zien. Dat bleek een zegen. Het maakte dat ik niet te veel kon willen. En daarmee ontstond, in een middagje knutselen, de eenvoud in vorm die past bij de inhoud van dit blog. Want ook dat moet natuurlijk kloppen.

Zoals met alle eenvoud is ook die technologische eenvoud trouwens erg bedrieglijk: er zit heel veel knap, bewerkelijk programmeerwerk achter. En hoeveel uitzoek- en handwerk er is gaan zitten in het toevoegen van die simpel ogende ‘abonneer’-functie? Daar zou ik een blog-post op zich over kunnen schrijven. Ik laat het maar aan je verbeelding over.

Mijn oog valt op haar

op het Noord-Hollandse strand

een gestreept schelpje.

Eenvoud en Thijs.

Nu ik Thijs als mijn gids heb genoemd, ligt het voor de hand om iets te vertellen over hoe hij mij heeft geïnspireerd in mijn verkenning van eenvoud.

Mijn eerste kennismaking met Thijs, jaren geleden, is via de telefoon. Hij wil graag meditatielessen, liefst individueel; deelnemen aan groepen is voor hem lastig. Ik leg hem voor dat het dan juist interessant kan zijn om deel te nemen aan een groepscursus. Dat spreekt hem wel aan en hij neemt het in overweging. Twee weken later meldt hij zich aan.

In de lessen praat Thijs niet veel, maar is wel goed aanwezig. Wat lang niet iedereen kan, gaat hem goed af: wat hij in de lessen oppikt verbindt hij gemakkelijk met zijn dagelijks werk als ‘klikoloog’: bij Gemeentereiniging op de vuilniswagen. Concrete effecten van het mediteren benoemen is, net als voor iedereen, ook voor hem lastig; maar aan één ding merkt hij het in elk geval: hij slaapt veel rustiger. En ik zie die toenemende rust ook in hem terwijl hij ons dat vertelt. Hij groeit in alle eenvoud in zijn vermogen om in een groep te verkeren.

Thijs wil na de eerste cursus graag doorgaan, maar zijn financiën zijn beperkt. Dat mag nooit een belemmering zijn en bij een kop thee bespreken we in alle openheid de mogelijkheden. We zijn er snel uit, beiden blij met de mogelijkheid iets voor elkaar te kunnen betekenen. Thijs gaat door, en hij verlicht vanaf dat moment mijn bestaan door me te helpen met de schoonmaak van de meditatieruimte.

Af en toe staan we in de lessen stil bij de vraag: wat wil je? Wat wil je leren, wat wil je doen, welke richting wil je uit met je werk, studie, je leven. Voor velen geen gemakkelijke opgave, ook voor Thijs niet. Naar zijn eigen gevoel heeft hij alleen maar onbereikbare wensen of doelen. Als ik om een voorbeeld vraag zegt hij, na enig aandringen, dat hij het liefst van zijn dyslexie af zou willen, maar dat hem dat onmogelijk lijkt. Ik raad hem aan rustig door te sudderen op de vraag en alle tijd te nemen.

Weken later vertelt hij dat hij een wens heeft. Er is een bijzondere fiets die hij graag zou willen. Kan hij zijn oude autootje weg doen. Als hij de fiets zelf bij de fabriek in Denemarken ophaalt wordt het haalbaar om hem aan te schaffen. Hij gaat er met de trein heen om de fiets op te halen. En fietst dan terug naar Nederland, onderweg kamperend. Dat wordt zijn vakantie het volgende jaar. Op deze manier vindt Thijs zijn eerste doel – een meervoudig doel, perfect in zijn eenvoud.

In de drie kwart jaar die volgen bereidt hij zijn reis zorgvuldig en met veel aandacht voor. In de theepauzes tijdens onze poetssessies houdt hij me op de hoogte van zijn vorderingen. Ik ben onder de indruk van de manier waarop hij met een zeer beperkt budget werkt aan het realiseren van zijn wens. Ook zijn groepsgenoten, en de nieuwe vrienden die hij via de lessen heeft gemaakt, laat hij delen in zijn enthousiasme. Na nog geen twee jaar is er weinig over van de Thijs die het moeilijk had in groepen.

Uiteraard is op een gegeven moment de fiets er, en het verhaal over de reis. En met dit eerste doel voltooid is er al snel een nieuw: Nederland rondtouren op de fiets, kampeerspullen in de bak voorop. Twee jaar later vervult Thijs zijn grootste wens tot dan toe: een rondreis van drie maanden op de fiets door Europa. Voor familie en vrienden te volgen op zijn blog. Hij bereidt het voor met de groeiende zorgvuldigheid die zijn meditatietraining meebrengt. Het blogverslag van zijn belevenissen kenmerkt zich door een gelijkmoedigheid die een zenmeester niet zou misstaan. Het doet me goed te zien hoe Thijs’ bewustzijn en wereld groeien. In alle eenvoud weet hij wat hij wil.

Eenvoudig schrijven

De eerste stukjes die ik jaren geleden op papier zette over eenvoud maakten eigenlijk vooral duidelijk wat het niet moest worden. Geen verhandeling over eenvoudig leven in elk geval. Met tips hoe je dat kunt doen. Die zijn er al, en ik word zelf niet vrolijk van het moralisme dat er uit spreekt. Evenmin een volgend boekje over ‘ontspullen’; al past het erbij, daar kan het niet bij blijven. Geen ‘zen-boek’, ook al is eenvoud een kenmerk van zen en put ik er zelf al jaren inspiratie uit. Het kan allemaal wel langskomen, maar ik heb geen missie met eenvoud. Anders dan misschien de inspiratie die het mij biedt te delen. Meer niet.

Dat ik erover ga schrijven is al die jaren boven elke twijfel verheven. Te midden van alle afleidingen lukt het zo nu en dan wat leeggeveegde ruimte te vinden en ervoor te gaan zitten. Als ik niet te veel probeer te willen komt het gevoel van eenvoud boven. Schrijven over eenvoud lijkt de kunst om woorden te geven aan dat gevoel. Het is al snel te veel; een enkel woord, een simpele zin, als een enkele penseelstreek, is vaak voldoende. Schrijven over eenvoud is ook eenvoudig schrijven.

Gaandeweg blijkt schrijven over eenvoud vooral een verkenningstocht. Niet zozeer om te ontdekken wat het is, eerder om te zien wanneer het zich toont. Dwars door alle ingewikkeldheid van het leven heen kan het ineens tevoorschijn komen. Zoals het roodborstje in mijn tuin.

Mijn gids op deze tocht is Thijs. Hij is een van die bijzondere mensen die mijn pad hebben gekruist en die me iets hebben geleerd over eenvoud. Thijs hoort over mijn schrijfplannen en wil mijn stukjes graag lezen. Maar dan mag ik niet te moeilijk schrijven. Want Thijs is leergierig maar zwaar dyslectisch. Geen eenvoudiger reden om eenvoudig te proberen te schrijven.

Stilte

Hier keert alles weer 
Tot die totale eenvoud 
Die mijn hart koestert 

Simpel?

Eenvoud is allesbehalve simpel. Dat blijkt al uit het stukje op de homepage: hoe niet simpel het is om er iets over te schrijven. Om te herkennen wanneer eenvoud er – ineens – is.

Het begint al als je het toepast op spullen in je huis. Ik wilde de inrichting van mijn woonkamer vereenvoudigen. In elk geval minder spullen. Maar bij inspectie van wat er dan nu weg kan loop ik tegen allerlei gehechtheden aan. Want ik ben al jaren aan het opruimen, telkens weer een beetje meer. Dus wat er nu nog over is, is datgene wat al die opruimwoedes heeft overleefd. En dat heeft een reden. Die spullen, die boeken, die meubels, foto’s, kunstwerken, hebben zoveel betekenis voor me dat ik er gevoelsmatig nog steeds geen afstand van kan doen. In elke opruimronde verdwijnt er telkens wel weer wat, ook van wat al jaren met me mee gaat. Maar het is telkens minder dan de vorige keer. Zo ook nu weer.

De eenvoud die ik nastreef in mijn inrichting wordt steeds moeilijker te realiseren. Tenminste, als ik mijn gevoel niet negeer. De laatste keer, recent, bleek het ook te kunnen door verandering in kleuren in mijn interieur – met eenvoudige middelen. En verhangen of verplaatsen van spullen. Zo verandert mijn kijk op eenvoud in mijn interieur al doende ook.