Bloei

Als ik vanochtend de deur open maak om Snuitje buiten te laten, zie ik dat in het perkje tegenover mijn huis een vlinderstruik in bloei komt. Er staan er meerdere, deze is wat vroeger dan de andere, en roze van kleur. Wat er vooral aan opvalt is de enorme bloem. Wat een leven brengt die struik voort! Gewoon, zo maar. OK, ze is er op gekweekt, maar dat zegt nog niets. Ze moet het nog wel gaan doen. Het is in eerste instantie alleen maar een belofte. Een belofte die ze jarenlang kan gaan inlossen. In dit geval lukt het, in elk geval vandaag weer.

Ik heb zelf ook een vlinderstruik, meegenomen uit Brabant. Een laagblijvende, die ik medio juni heb uitgegraven en in een pot heb meegenomen. Samen met een roos. Tuinliefhebbers, ik weet het – juni is niet de tijd om struiken uit te graven. Beide planten laten het me ook weten, ze staan er al snel zieltogend bij. Veel aandacht en zorg doen de vlinderstruik zich herpakken; of de roos dat ook gaat doen ligt nog in haar gesnoeide takken besloten. Zorg en aandacht zijn niet altijd genoeg, er moet ook iets uit de plant zelf komen. Maar zoals een goede kennis, die kweker is, eens zei: de natuur heeft meer tijd dan wij. En ja, als je meegaat in die tijd, dan blijkt moeder natuur’s herstelkracht indrukwekkend. In de tussentijd moet ík op mijn handen blijven zitten.

De vlinderstruiken en de roos laten me iets zien over ‘leven’. Natuur is altijd een goede spiegel voor me geweest, en in deze fase – uitgegraven uit Brabant en weer neergepoot in Noord-Holland – is die spiegeling sterker, ben ik er ontvankelijker voor. Het ongeforceerde ‘als het mijn tijd is ga ik bloeien’ van de vlinderstruik sterkt me in het gevoel dat mijn bloeitijd ook zal aanbreken als de tijd daar is. Dat het uitgraven en verplaatsen misschien wat vertraging geeft, maar meer ook niet. Dat goede zorg en aandacht nodig is – blijven voeden, en misschien een beetje Bach – maar dat het verder vooral ‘hands-off’ is. Niet te veel aan prutsen, maar vertrouwen op de natuurlijke loop. Dus vooral géén doelen stellen, maar weten en vertrouwen op wat ik kan en zou willen doen. En dan héél goed blijven kijken. Zodat ik de momenten niet mis als ze zich aandienen.

En ze zijn er. Nu al. Er komen mensen met vragen die me laten zien hoe het zou kunnen gaan. Er zijn berichten in het nieuws die me laten zien waar mijn bijdrage zou kunnen liggen. Dat alles voedt en helpt vorm te geven aan wat nu nog redelijk vormloos in me ligt opgeslagen. Soms voel ik het ongeduld, net als bij het kijken naar mijn struiken – wil ik iets ‘doen’. Zo ben ik, net als vele anderen, ook wel geconditioneerd. Het is niet bepaald de ‘gewone weg’ om te gaan. Marsroutes en handboeken soldaat, of najagen van kinderdromen, zijn populairder. Dan weet je waar je mee bezig bent en wat je te doen staat. De zaken hun natuurlijke loop laten hebben – wat iets anders is dan ze op hun beloop laten – levert je uit aan een ‘niet-weten’ en mogelijk een gevoel van zinloosheid. Je kunt je hele leven druk zijn je daartegen te beschermen. Nog nooit zo’n sterk gevoel van zinloosheid gehad als wanneer ik dat probeerde.

De vraag naar de zin van het leven is me niet vreemd. Dat is mild uitgedrukt. Met dezelfde mildheid naar die vraag kijken helpt wel. En vanochtend toonde de eerste bloem in de vlinderstruik me in haar roze pracht hoe ik, vrij van doelen, die zin van en ín het leven eenvoudigweg kan ervaren.

Eén antwoord op “Bloei”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *