Voor Hedwig

Vandaag heb ik de hele dag getuinierd. Tuinieren is goed zorgen voor. Voor de tuin, voor mezelf. Het is actief, beweging, kalm. Tussen het groen en de bloemen met mijn handen in de grond, onkruid wieden, weghalen wat teveel is geworden, een lege plek opvullen met iets nieuws. Het vraagt aandacht, maar ik hoef er niet over na te denken. Dat doe ik sowieso niet zo erg als ik aan het tuinieren ben. Daarom is het zo rustig.

Ik ben alleen, en toch niet. Mijn huisgenoten heb ik eerder op de ochtend uitgezwaaid, ze zijn op fietsvakantie. Mijn buurvrouw is in haar tuin bezig. Samen tuinieren, ieder op onze eigen stek. Er is veel te doen; het steunt als je niet alleen bezig bent, vinden we allebei.

Vandaag is ook Hedwig bij me. Hoe vaak zou zij niet zo bezig zijn geweest in haar mooie tuin, die grensde aan een natuurgebied. Ze hield erg van tuinen. Van bezig zijn. Van lopen. Ze was bescheiden. En heel zorgzaam. Voor haar tuin, voor anderen. Voor haar man. Ik heb me wel eens afgevraagd of ze ook zorgzaam genoeg was voor zichzelf. Maar als ik kijk naar wat ze deed, welke keuzes ze maakte, dan denk ik dat ze daarin ook voor zichzelf zorgde. Want ze hield van tuinieren, van lopen, van mensen, van zorgen. En ze was trouw aan wat ze deed.

Hedwig is bij me in beelden vandaag, meer dan in gedachten. Ik zie haar weer zitten, in de workshop zenmeditatie die ze bij me volgde, jaren geleden, in Oisterwijk nog. En ze bleef, het mediteren trouw. Na de lange, verre reizen die ze regelmatig maakte met haar man, kwam ze terug, met verhalen en foto’s waar ze ons in meenam, bril omhoog om het beter te kunnen zien. Zat ze er weer op haar kussentje, alsof ze niet weg was geweest.

Ook nu voelt het alsof ze niet weg is. Maar ze komt toch echt niet meer terug. Ze werd ernstig ziek en niet meer beter. Het ging ook heel snel. Het voelt vervreemdend als iemand er ineens niet meer is. Verdrietig, weemoedig. Een beetje leeg. Om wat nooit meer zal zijn.

Tuinieren verzacht, ook omdat ik daarin Hedwig weer tegenkom. Een paar bescheiden bloemetjes zijn voor haar. Met een kaars en een wierookje. Dag Hedwig.

Structuur en eenvoud

Grashalmen kleuren

de weide-grond tot leven

buigend in de wind.

Af en toe zet ik hier ook een haiku neer. Zo’n kort japans gedichtje van drie regels, met 5 – 7 – 5 lettergrepen. Eigenlijk moet het aan nog veel meer regels voldoen. Het mag niet rijmen bijvoorbeeld, het moet de realiteit zo neutraal mogelijk weerspiegelen, er moet iets van de natuur in zitten, en van het seizoen. En liefst een verrassende wending in de laatste regel. Tegelijkertijd drukt het ook een diep doorleefde ervaring van de dichter uit, tijdloos, onbegrensd. Dat is nogal wat. Misschien is het makkelijker in japanse karakters. Het is in elk geval een kunst een goede haiku te schrijven; een ware haiku toont dan ook de schoonheid van de eenvoud. Mij lukt het maar een enkele keer om er een te schrijven die echt spontaan, krachtig, uit mijn pen vloeit.

Wat leuk is aan haiku schrijven is dat de structuur dwingt tot eenvoud. Het is ‘mager schrijven’, zonder verfraaiingen, zorgvuldig je woorden kiezen. Het is alle overtolligheid afpellen, terug naar de kale essentie. Een samenballen van energie, die in zeventien lettergrepen tot uitbarsting komt.

Het is een interessante ervaring, die structuur die dwingt, beperkt, uitdaagt; en die juist dán, door alle ingewikkeldheid heen, de eenvoud tevoorschijn tovert. Ik merkte het ook toen ik deze website met blog ging opzetten. Nog nooit eerder gedaan, wat hulp van mijn zus en maar gaan uitproberen. De techniek is tegenwoordig zo ontwikkeld dat zelfs een leek als ik zelf zo iets in elkaar kan knutselen. Er is van alles aan bouwstenen ‘voorgekookt’, je hoeft alleen maar te kiezen wat je hebben wilt. Nou ja, zo ongeveer, en er is erg veel keus.

Als beginner koos ik voor een redelijk simpel ogend sjabloon. Heb je eenmaal gekozen, dan zit je in een structuur die voorschrijft hoe het er verder uit gaat zien. Dat bleek een zegen. Het maakte dat ik niet te veel kon willen. En daarmee ontstond, in een middagje knutselen, de eenvoud in vorm die past bij de inhoud van dit blog. Want ook dat moet natuurlijk kloppen.

Zoals met alle eenvoud is ook die technologische eenvoud trouwens erg bedrieglijk: er zit heel veel knap, bewerkelijk programmeerwerk achter. En hoeveel uitzoek- en handwerk er is gaan zitten in het toevoegen van die simpel ogende ‘abonneer’-functie? Daar zou ik een blog-post op zich over kunnen schrijven. Ik laat het maar aan je verbeelding over.

Mijn oog valt op haar

op het Noord-Hollandse strand

een gestreept schelpje.

Eenvoud en Thijs.

Nu ik Thijs als mijn gids heb genoemd, ligt het voor de hand om iets te vertellen over hoe hij mij heeft geïnspireerd in mijn verkenning van eenvoud.

Mijn eerste kennismaking met Thijs, jaren geleden, is via de telefoon. Hij wil graag meditatielessen, liefst individueel; deelnemen aan groepen is voor hem lastig. Ik leg hem voor dat het dan juist interessant kan zijn om deel te nemen aan een groepscursus. Dat spreekt hem wel aan en hij neemt het in overweging. Twee weken later meldt hij zich aan.

In de lessen praat Thijs niet veel, maar is wel goed aanwezig. Wat lang niet iedereen kan, gaat hem goed af: wat hij in de lessen oppikt verbindt hij gemakkelijk met zijn dagelijks werk als ‘klikoloog’: bij Gemeentereiniging op de vuilniswagen. Concrete effecten van het mediteren benoemen is, net als voor iedereen, ook voor hem lastig; maar aan één ding merkt hij het in elk geval: hij slaapt veel rustiger. En ik zie die toenemende rust ook in hem terwijl hij ons dat vertelt. Hij groeit in alle eenvoud in zijn vermogen om in een groep te verkeren.

Thijs wil na de eerste cursus graag doorgaan, maar zijn financiën zijn beperkt. Dat mag nooit een belemmering zijn en bij een kop thee bespreken we in alle openheid de mogelijkheden. We zijn er snel uit, beiden blij met de mogelijkheid iets voor elkaar te kunnen betekenen. Thijs gaat door, en hij verlicht vanaf dat moment mijn bestaan door me te helpen met de schoonmaak van de meditatieruimte.

Af en toe staan we in de lessen stil bij de vraag: wat wil je? Wat wil je leren, wat wil je doen, welke richting wil je uit met je werk, studie, je leven. Voor velen geen gemakkelijke opgave, ook voor Thijs niet. Naar zijn eigen gevoel heeft hij alleen maar onbereikbare wensen of doelen. Als ik om een voorbeeld vraag zegt hij, na enig aandringen, dat hij het liefst van zijn dyslexie af zou willen, maar dat hem dat onmogelijk lijkt. Ik raad hem aan rustig door te sudderen op de vraag en alle tijd te nemen.

Weken later vertelt hij dat hij een wens heeft. Er is een bijzondere fiets die hij graag zou willen. Kan hij zijn oude autootje weg doen. Als hij de fiets zelf bij de fabriek in Denemarken ophaalt wordt het haalbaar om hem aan te schaffen. Hij gaat er met de trein heen om de fiets op te halen. En fietst dan terug naar Nederland, onderweg kamperend. Dat wordt zijn vakantie het volgende jaar. Op deze manier vindt Thijs zijn eerste doel – een meervoudig doel, perfect in zijn eenvoud.

In de drie kwart jaar die volgen bereidt hij zijn reis zorgvuldig en met veel aandacht voor. In de theepauzes tijdens onze poetssessies houdt hij me op de hoogte van zijn vorderingen. Ik ben onder de indruk van de manier waarop hij met een zeer beperkt budget werkt aan het realiseren van zijn wens. Ook zijn groepsgenoten, en de nieuwe vrienden die hij via de lessen heeft gemaakt, laat hij delen in zijn enthousiasme. Na nog geen twee jaar is er weinig over van de Thijs die het moeilijk had in groepen.

Uiteraard is op een gegeven moment de fiets er, en het verhaal over de reis. En met dit eerste doel voltooid is er al snel een nieuw: Nederland rondtouren op de fiets, kampeerspullen in de bak voorop. Twee jaar later vervult Thijs zijn grootste wens tot dan toe: een rondreis van drie maanden op de fiets door Europa. Voor familie en vrienden te volgen op zijn blog. Hij bereidt het voor met de groeiende zorgvuldigheid die zijn meditatietraining meebrengt. Het blogverslag van zijn belevenissen kenmerkt zich door een gelijkmoedigheid die een zenmeester niet zou misstaan. Het doet me goed te zien hoe Thijs’ bewustzijn en wereld groeien. In alle eenvoud weet hij wat hij wil.

Eenvoudig schrijven

De eerste stukjes die ik jaren geleden op papier zette over eenvoud maakten eigenlijk vooral duidelijk wat het niet moest worden. Geen verhandeling over eenvoudig leven in elk geval. Met tips hoe je dat kunt doen. Die zijn er al, en ik word zelf niet vrolijk van het moralisme dat er uit spreekt. Evenmin een volgend boekje over ‘ontspullen’; al past het erbij, daar kan het niet bij blijven. Geen ‘zen-boek’, ook al is eenvoud een kenmerk van zen en put ik er zelf al jaren inspiratie uit. Het kan allemaal wel langskomen, maar ik heb geen missie met eenvoud. Anders dan misschien de inspiratie die het mij biedt te delen. Meer niet.

Dat ik erover ga schrijven is al die jaren boven elke twijfel verheven. Te midden van alle afleidingen lukt het zo nu en dan wat leeggeveegde ruimte te vinden en ervoor te gaan zitten. Als ik niet te veel probeer te willen komt het gevoel van eenvoud boven. Schrijven over eenvoud lijkt de kunst om woorden te geven aan dat gevoel. Het is al snel te veel; een enkel woord, een simpele zin, als een enkele penseelstreek, is vaak voldoende. Schrijven over eenvoud is ook eenvoudig schrijven.

Gaandeweg blijkt schrijven over eenvoud vooral een verkenningstocht. Niet zozeer om te ontdekken wat het is, eerder om te zien wanneer het zich toont. Dwars door alle ingewikkeldheid van het leven heen kan het ineens tevoorschijn komen. Zoals het roodborstje in mijn tuin.

Mijn gids op deze tocht is Thijs. Hij is een van die bijzondere mensen die mijn pad hebben gekruist en die me iets hebben geleerd over eenvoud. Thijs hoort over mijn schrijfplannen en wil mijn stukjes graag lezen. Maar dan mag ik niet te moeilijk schrijven. Want Thijs is leergierig maar zwaar dyslectisch. Geen eenvoudiger reden om eenvoudig te proberen te schrijven.

Stilte

Hier keert alles weer 
Tot die totale eenvoud 
Die mijn hart koestert 

Simpel?

Eenvoud is allesbehalve simpel. Dat blijkt al uit het stukje op de homepage: hoe niet simpel het is om er iets over te schrijven. Om te herkennen wanneer eenvoud er – ineens – is.

Het begint al als je het toepast op spullen in je huis. Ik wilde de inrichting van mijn woonkamer vereenvoudigen. In elk geval minder spullen. Maar bij inspectie van wat er dan nu weg kan loop ik tegen allerlei gehechtheden aan. Want ik ben al jaren aan het opruimen, telkens weer een beetje meer. Dus wat er nu nog over is, is datgene wat al die opruimwoedes heeft overleefd. En dat heeft een reden. Die spullen, die boeken, die meubels, foto’s, kunstwerken, hebben zoveel betekenis voor me dat ik er gevoelsmatig nog steeds geen afstand van kan doen. In elke opruimronde verdwijnt er telkens wel weer wat, ook van wat al jaren met me mee gaat. Maar het is telkens minder dan de vorige keer. Zo ook nu weer.

De eenvoud die ik nastreef in mijn inrichting wordt steeds moeilijker te realiseren. Tenminste, als ik mijn gevoel niet negeer. De laatste keer, recent, bleek het ook te kunnen door verandering in kleuren in mijn interieur – met eenvoudige middelen. En verhangen of verplaatsen van spullen. Zo verandert mijn kijk op eenvoud in mijn interieur al doende ook.