Perfect

Afgelopen week was ik in Drenthe, op retraite in het zenklooster. Het was een retraite-vorm met ruime afwisseling tussen het stille zitten en zen-in-actie: werken, studeren, lopen, tekenen, schrijven – vul maar in. Dat geeft de gelegenheid om te oefenen met het bewaren van een meditatieve mind-set ook als je actief bezig bent. Een mooie oefening voor het gewone dagelijkse leven dus, want het blijkt toch vaak moeilijk te zijn om niet al heel snel die meditatieve geest te verliezen en weer in de waan van de dag meegesleept te worden. En te vergeten dat je er telkens weer naar toe terug kunt. Want voor mij is dát het meer dan dat ik continu in die meditatieve staat verkeer.

Ik had werk in de tuin, iets wat ik heel graag doe. De weersomstandigheden waren niet aldoor geweldig, maar tussen de miezerbuien door kon het ineens mooi weer worden. Fris was het ook, en het waaide meestal stevig. Bij het bollen planten dat me was toegewezen zat ik vol in de wind, en kon ik weer even goed voelen hoe ik daar als ‘meisje uit het Noord-Hollandse kustgebied’ ook van kan genieten. Het kan me een gevoel van kracht geven om in die wind te verkeren. Zolang ik er maar niet in hoef te fietsen…

Omdat ik wat extra in de tuin wilde werken vroeg ik de ‘chef tuin’ om aanvullende taken. Ik suggereerde zelf het wieden van de tuinpaden, want daar is altijd werk aan. Maar nee, hij had iets anders in petto: bladeren vegen. Het is een waardevolle zen-oefening om niet te zeer verstrikt te raken in je voor- en afkeuren of je opinies, en bij deze chef tuin had ik al ontdekt dat hij, als dat wel gebeurde, zeer raak kon reageren. Ik ervoer dus de totale zinloosheid van een reactie als ‘wat is de zin van bladeren vegen in de harde wind?’ Al denk ik dat in mijn ogen wel iets van de lach die door me heen schoot te zien moet zijn geweest. Ik moest denken aan de keren dat ik zelf tijdens weekend-retraites mensen in het pikdonker onkruid had laten wieden. En aan mijn blogpost van een paar weken geleden over bladeren vegen. Die dag was het redelijk windstil geweest, maar op de dag dat de post verscheen waaide het hard, zeker aan de kust. Daar woont mij zus, en toen zij het verhaaltje las had ze dikke pret, want ze zag me al in windkracht 8 vegen aan bladeren die als een tornado om me heen zwierden.

Welnu, de wind was geen kracht 8, maar stevig genoeg om alles wat ik bij elkaar zou vegen deels weer weg te blazen. Aan de luwe zijde van het gebouw die hij me had aangewezen viel het enigszins mee en ik vond een manier om toch redelijk wat blad op te vegen zonder dat het meteen weer de hele tuin door joeg. Het werd een spel tussen mij en de wind waar ik veel lol aan beleefde. Evenals aan de gedachte wat de anderen zouden denken als ze me zo bezig zagen. En of de tuin-chef zelf ook zo’n pret zou hebben om deze opdracht, en het feit dat ik er braaf mee aan de gang ging.

Het was in de dagelijkse inleiding van de zen-meester – een inhoudelijk verhaal ter inspiratie voor je beoefening – onder andere gegaan over perfectionisme. Hoeveel mensen er bezig lijken te zijn met het vooral toch maar goed te doen. Niet alleen maar goed, nee: perfect. Dat dat wel steeds erger lijkt te worden. Ik herken het zeer, en vraag me wel eens af of de zen-beoefening juist de perfectionisten aantrekt. Ik herken het ook in mezelf; en dan gaat het er echt niet alleen over of ik het goed of fout doe in de ogen van een ander, maar juist ook in mijn eigen ogen. Al word ik met de jaren en dankzij mijn zen-beoefening wel milder. Minder ‘rechtspleging’ zoals de zenmeester het noemde: minder veroordeling, wat allemaal goed of fout is en beloond of bestraft moet worden. Maar de kiem zit er nog wel, en het is makkelijk om hem weer te voeden als ik niet oppas.

Al harkend op de keitjes-rand langs de meditatieruimte was het niet alleen de wind die mijn bladveeg-zen-in-actie probeerde te saboteren: de keitjes deden ook een duit in het zakje omdat het moeilijk bleek kleinere blaadjes uit de ruimtes ertussen weg te krijgen. De woorden van de zenmeester speelden door mijn hoofd. Wat een perfecte oefening had de tuin-chef me op deze dag gegeven. De ultieme oefening in niet-perfectionisme. Doen wat je doen kunt. Wanneer is het goed?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.