Kijken, zien, waarnemen

In de retraite waaraan ik onlangs deelnam werd ik getroffen door de eenvoudige schoonheid van de ikebana – een bloemstuk volgens de inzichten van de japanse bloemschikkunst. Daarin gaat het vooral om de compositie, in feite maakt het niet zoveel uit welke bloemen je gebruikt. Al zijn er bloemen die in hun eentje al een spectaculair effect geven. Of een tak. Zoals in dit stuk. Een enkele bramentak, met de laatste bramen eraan, half gerijpt, en nog wat blaadjes. Al helemaal verhout. In een bakje met het uiterlijk van een berkenboomstammetje. Ik kreeg er geen genoeg van ernaar te kijken, het was een levend kunstwerk in al zijn verstilling.

Aan het einde van de retraite maakte ik er een foto van. ‘Vereeuwigde’ ik het – in fraaie tegenspraak met wat het stuk zelf uitdroeg: de vergankelijkheid waar zen altijd weer op wijst. Toen ik hem thuis op de computer bekeek, vroeg ik me in eerste instantie af: wat zie ik nu? Hij leek onscherp. Maar nee, ik zag ‘het cadeau van de camera’: de schaduw die de tak op de muur wierp. Had ik die bij het nemen van de foto over het hoofd gezien? Of heeft het licht van de flitser de schaduw geworpen? Wie zal het zeggen. In elk geval heeft de camera de ikebana een extra dimensie gegeven die ik eerder niet had waargenomen.

Ik moest gelijk weer denken aan het boekje “De kleine stern” dat ik meer dan vijftien jaar geleden van mijn goede vriendin kreeg. Een prachtig verhaaltje over een kleine stern die op een dag ineens niet meer kan vliegen. Hij spendeert bijna een jaar op het strand – iets wat voor hem volstrekt ongewoon is – en raakt zijn vliegende vrienden kwijt. Gaandeweg maakt hij nieuwe vrienden, waaronder een spookkrab. Dat blijkt een wijs wezen, dat hem leert dat iets alleen ongewoon is als je het ongewoon vindt. En dat de kleine stern misschien alleen maar ziet wat hij al weet, en moet leren kennen wat hij nog niet weet. Dat hij dan misschien zijn vermogen te vliegen ook weer kan hervinden.

Op een ochtend toen de zon opgekomen was zag de kleine stern ineens zijn schaduw naast hem staan. Die had hij nog nooit eerder opgemerkt. ‘Vreemd, dat iets er de hele tijd kan zijn zonder dat het je opvalt’, denkt de vogel. En hij mijmert zo’n beetje voort: over de kostbaarheid van iets zien wat moeilijk te vinden is, dat een vogel die vliegt geen schaduw heeft en moet landen om hem te kunnen zien. Dat een schaduw je herinnert aan wat er is, zelfs als het er niet is. De stern leert hiervan dat hij de pracht en kracht van zijn veren en vleugels moet leren kennen en waarderen om te kunnen vliegen. En vervolgens wiekt hij heel natuurlijk weg.

Het is nu zo’n ochtend waarop je je schaduw niet kunt zien. Want behalve een oppervlak waarop hij kan vallen, is er ook licht nodig om hem te doen verschijnen. De zon, die de kleine stern zijn schaduw liet zien, zit vanochtend achter een dikke laag mist. De rijp ligt nog op het veld. De bomen steken donker tegen de lucht af, de laatste blaadjes nog aan de takken, maar ook zij werpen geen schaduw op het veld. Het niet zien van de schaduw nu herinnert me aan de momenten dat hij er wel is. Dat de bomen en ik niet komen en gaan met het verschijnen en verdwijnen van onze schaduw.

Dat is toch gewoon? Net als vliegen voor de kleine stern – totdat hij het ineens niet meer kon… Pas toen kon hij gaan zien hoe bijzonder het gewone eigenlijk was. Ook ik word me daar pas van bewust als ik erbij stil sta. En het licht van mijn geest erop kan schijnen. Zoals de camera de schaduw van de tak uitlicht, en hem daarmee een extra dimensie geeft.

Mij is wel gezegd dat ik ‘niet zo moeilijk’, of ‘ingewikkeld’ moest doen. Dat ik wel erg beschouwend was. In het actieve leven van alledag is dat kennelijk niet wenselijk of gewaardeerd. Ik heb het me vaak aangetrokken ook nog. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. En mijn ervaring wijst telkens weer uit dat het leven zo veel mooier en waardevoller is als ik bewust kijk naar het gewone. Omdat ik dan waarneem hoe bijzonder het is.

6 antwoorden op “Kijken, zien, waarnemen”

  1. Ik word me ook ineens gewaar van alle vormen van verbondenheid die in en door jouw stukje tevoorschijn komen: jouw vriendin die het boekje over de stern heeft gegeven; jij die er ineens aan moet denken bij het aanschouwen van de Ikebana tak. Je schrijft erover en reacties laten lezen dat het tot hun verbeelding spreekt. En ik die het stukje lees en me voor aan het stellen bent, waar en hoe jij staat als je de rijp waarneemt en de bomen afsteken tegen een nog donkere lucht.
    Zoveel mensen en zoveel situaties die in één tijdsmoment samenvallen. Dat is ook zoiets gewoons wat heel bijzonder is eigenlijk.

  2. Dag Lilian,
    je schrijft mooi, eenvoudig en poëtisch!
    Laatst wandelde ik terwijl het zonnetje heerlijk scheen en er lagen allemaal kleine steentjes op het pad, die allemaal hun schaduw lieten zien op het pad.
    Waarschijnlijk al duizenden keren “gezien”, maar nu pas echt waargenomen! Ik vond het ontroerend mooi…………..
    Deze herinnering komt bij mij terug na het lezen van jouw blog!
    Ga er vooral mee door!
    Hartelijke groet van Lieke

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.