Het avontuur van ritmes

Terwijl iedereen met zomervakantie gaat, ga ik voor het eerst in anderhalf jaar weer echt aan het werk. Niet dat ik (alleen maar) heb stilgezeten in die tijd, maar van zo’n zestig tot tachtig uur werken in de week naar misschien tien à vijftien uur voelt wel als ‘niets doen’. Een beetje alsof je na 120 km/uur op de snelweg ineens op een dorpsstraatje rijdt waar je maar 30 kunt. In het begin gaat dat wat hotseklotserig, met een onderliggend, wat onrustig, gevoel: moet ik niet iets doen? Nee, ik moet niets doen. Nee, ik mag hier nu 30. Na een tijdje went dat wel, wordt het vaak zelfs aangenaam, en ga je fietsen in plaats van autorijden. Letterlijk en figuurlijk. Het hoeft immers niet snel, snel. En wat je eventueel wel moet doen, ach, dat kan morgen ook wel. Tijd genoeg.

Zo werkt het, als je tenminste niet toegeeft aan dat onrustige gevoel van ‘ik moet iets doen’. Dat valt nog niet mee, want het vraagt een bewust zijn van iets wat merendeels onderbewust is. Als je jarenlang altijd maar tijd tekort bent gekomen kan die grote lege ruimte van weinig of niets hoeven behoorlijk ontregelend zijn. Voordat je het weet vul je hem weer op met van alles en nog wat, om dat ongemakkelijke onrustige gevoel er weer onder te krijgen. Geholpen door wat culturele normen waar het in dit blog al eerder over is gegaan, als ‘nuttig zijn’, ‘je tijd goed besteden’, ‘ledigheid is des duivels oorkussen’, enzovoort, vul maar in. Ik heb het allemaal voorbij zien komen, in die anderhalf jaar van ledigheid, en nog wel meer ook. Zo’n beetje alle gevoelens die mensen kunnen hebben als ze werkloos raken of met pensioen gaan. Ik heb veel respect voor mensen die daar goed mee kunnen omgaan en hun herwonnen vrije tijd op een gebalanceerde manier weten te genieten. Nuttig, plezierig, waardevol, of niet, maar wel in een ritme dat hen kennelijk past.

Zo’n ritme had ik ook wel zo’n beetje gevonden, al was ik er nog niet helemaal aan gewend. Opnieuw aan het werk, in een werkveld waar chaos en hectiek normaal lijken te zijn, betekent dus ineens weer een ritme-wisseling. Het doet me denken aan mijn jeugd, toen ik muziek maakte, en ik stukjes en stukken leerde spelen waarin je van dat soort ritmewisselingen tegen kon komen. Zat je net lekker in het ene ritme, moest je ineens over naar het andere. Ook dat ging in eerste instantie altijd van je hotseklots, en het kon flink oefenen vergen voordat het soepel verliep en het eruit kwam zoals het bedoeld was. Dan kon ik ook weer genieten van de spanning die de muziek daarvan kreeg. Zo’n stuk was van meet af aan een avontuur, waarvan ik in het begin nog niet wist of ik het aan zou kunnen, maar waarin ik geleidelijk aan al struikelend mijn weg vond, zodat het een avontuur werd dat hanteerbaar was. En het bleef een avontuur, routine kon het nooit worden want dan was het geen muziek meer. Ook nu maak ik dat mee met mijn Japanse bamboefluit, die eigenlijk meer een vorm van mediteren is dan een instrument om muziek mee te maken. Alleen al die andere insteek is een avontuur op zich voor iemand met een westerse klassieke muziek-ondergrond. Geluid krijgen uit de fluit is het volgende avontuur, dat ook nooit stopt, hoe lang je hem ook speelt. Hoe meer je het ‘probeert’, ‘je best doet’, hoe minder het lukt. Maar probeer maar eens niet te proberen – dat is een prachtige paradox. En dit alles geldt onverkort voor de stukjes en stukken die ik leer spelen/mediteren. Voor avontuur hoef je niet de deur uit, telkens weer je eigen grenzen tegenkomen en je er niet door laten weerhouden om verder te gaan kan ook thuis aan tafel.

Maar goed, een ander ritme dus nu weer, een nieuwe spanning, een nieuw avontuur. Ik merk het aan mezelf, maar ook aan mijn kat Snuitje die zoals elk dier zuiver aanvoelt dat er iets anders in de lucht hangt en daar wat ontregeld op reageert. Vrouwtje weg, vrouwtje weer thuis, maar hoe zit dat precies? Wel naar buiten, niet naar buiten, maar wanneer dan? Erover nadenken doet ze vermoedelijk niet, maar haar routines zijn duidelijk in de war. En hoewel ik nu niet meer wat verdwaasd heen en weer loop, zoals vorig jaar pal na de verhuizing, moet ik wel het koppie erbij houden om op de juiste tijd op de juiste plek te verschijnen. Komt er bij het werken een heel arsenaal aan routines, gewoontes, vaardigheden en wat al niet naar boven waarvan ik telkens moet afwegen of en hoe het inzetbaar is in deze situatie die zich hier, nu, voordoet. Vol energie het nieuwe ritme inoefenen, maar niet te hard van stapel lopen – ritme en tempo zijn immers niet hetzelfde. Kan ik in deze ritmewisseling blijven luisteren, aanvoelen – ‘playing is listening’ tenslotte, aldus een japanse bamboefluit- leraar. Hoe speel ik dit nieuwe stuk in mijn leven zó, dat het weer muziek kan worden?

Altijd is er een maat die immer hetzelfde is. Zoals nu de maandelijkse alarm-oefening op de eerste maandag van de maand. Avontuur kan alleen avontuur zijn als er ook iets is dat altijd gewoon hetzelfde is.

Eén antwoord op “Het avontuur van ritmes”

  1. Mooi en herkenbaar, dat altijd (meer) moeten uit onrust.
    Ben net met pensioen (vervroegd) en nu nog op vakantie. Zie uit naar en heb wat koudwatervrees voor straks. Niets gepland om vanuit “niets” te kunnen ontdekken welke vormen en inhoud mij passen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *